Toast met boter (2)

over-eten-gesproken-torrada-e-galao

Net als altijd wanneer hij die schitterend gedekte tafel zag, witte, bijna stralende servetten in zilveren houders, smaakvol en vrolijk gekleurd porselein, fonkelende kristallen glazen, sierlijk, bevallig bestek, betreurde hij het dat hij niet mocht eten wat hij lustte en hoe hij het het liefst had. Die tafel was net een stad met een perfecte architectuur, maar totaal verlaten, zonder enig teken van leven, zelfs geen plant. Nooit meer spiegeleieren met bacon, nooit meer een lekkere omelet zoals je ze krijgt in de first-class op internationale vluchten, nooit meer gebakken worstjes met pannenkoeken, nooit meer massa’s toast druipend van de gesmolten boter. Hij ging een beetje somber zitten en dronk meer grapefruitsap met natrena dan hij eigenlijk had willen doen. Diepbedroefd keek hij naar het weckglas waar de havervlokken in zaten, deed het open, pakte een handvol lichtbruine vlokken, gooide die in een soort kommetje en goot er een beetje magere melk over, waarna hij begon te kauwen als iemand die gedwongen wordt dorre bladeren te eten. Met kleine, steelse gebaren wierp hij een blik op de deur van de aanrechtkamer om te zien of niemand van het personeel hem kon betrappen, en strooide twee lepels suiker over de vlokken, waarbij hij als een klein kind lachte van de pret.

 

Uit: João Ubaldo Ribeiro, De lach van de hagedis
Vertaling Harrie Lemmens
Foto Ana Carvalho

 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*