Tractaat der schemering

autorid01495Door António Lobo Antunes 

En nu is het donker en ik heb er niets van gemerkt. Nog geen minuut geleden zat ik hier rustig op mijn gemak en was het nog licht, de groenteboer open, een man aan het spelen met zijn hond, de straat voor de helft
de helft van de overkant
in de zon, het gebruikelijke oude besje over de vensterbank in het niets aan het staren, want er gebeurt niets bij ons in de wijk, geen ruzie, geen gekijf, geen van die vrouwen die lopen als een touw dat wordt afgerold, een spoor van mannengefluit achter zich latend, de vunzigheden die als bellen van bazooka-kauwgum aan hun mond uiteenspatten. Er gebeurt niets in de wijk, nog nooit is hier een ambulance of een lijkwagen gekomen, de politie surveilleert hier niet. Het leven begint een paar blokken verderop en ons bereiken slechts de gedempte echo’s daarvan. Ooit woonde er een zanger in een van deze huizen, met een rossige baard en zijn vingers vol ringen, een extravagant, verwijfd type, maar de ziekte der zondaren heeft hem weggenomen: dat gebeurde in het ziekenhuis en dus heeft het enige sterfgeval dat we hebben gehad buiten de wijk plaatsgevonden. En ook al was hij dan misschien een beetje anders, vanwege zijn beleefdheid en zijn goede manieren
altijd netjes goedendag
mochten we hem en we namen het zelfs voor hem op als een vreemde onverlaat van elders in de stad hem uitschold voor nicht. En altijd als hij een optreden had nodigde hij ons uit. En hij liet weten wanneer hij op de televisie kwam, zodat we hem zenuwachtig en trots konden aanmoedigen op de bank in de kamer. Hoeveel mensen kunnen zeggen dat ze een artiest van de televisie kennen? Echt kennen, bedoel ik, dat hij je naam weet en zo. Ik vond het enig als hij tegen me zei
‘Dona Idália’
en had het nog mooier gevonden als hij dat ergens anders had gedaan, in de Benedenstad
ik noem maar wat
terwijl iedereen naar hém keek en niemand naar mij, en dan hij
‘Dona Idália’
en iedereen naar mij kijken, bewonderend jaloers. Ik wed dat op zijn minst een of twee dames me om een handtekening zouden vragen en dan zou ik bescheiden Idália da Conceição Esteves op een papieren zakdoekje of een metrokaartje hebben geschreven en onbekende gegevens hebben geleverd voor de biografie van de zanger, die trouwens hetzelfde merk sigaretten rookte als mijn man en heel lief was voor zijn moeder. Aan het eind van de dag liet hij altijd zijn basset uit, die aarzelde tussen wateren tegen een autoband en wateren tegen een boom, en hij rustig wachten, een toonbeeld van geduld. Soms werd hij vergezeld door een knaapje in het leer met een zilveren kruis op zijn navel, en je zag meteen dat die totaal geen geduld had met de basset. Hoe kun je in godsnaam tijd verknoeien aan lui die dieren haten?
En nu is het donker en ik heb er niets van gemerkt. Nog geen minuut geleden zat ik hier rustig op mijn gemak en was het licht, mijn man stond te fluiten op het beglaasde balkon
sinds hij met pensioen is fluit hij veel meer op het balkon
en ineens, plompverloren, als een donderslag bij heldere hemel, zette juffrouw Germana van nummer 6, die pal tegenover mijn haakwerkje aan het strijken was, het strijkijzer op de plank
rechtop, om de blouse niet te verbranden
keek naar mij, maakte met twee vingers een vriendschappelijk gebaar naar me, boog over de planten heen en viel met wapperende rokken naar beneden. Drie hoog is niet hoog, maar juffrouw Germana bewoog niet op het trottoir. Iemand zei dat haar verloofde dit en dat, de vrouw van de kruidenier insinueerde dat een getrouwde man op haar werk, er werd gesproken over het humeur van haar peettante, die links helemaal verlamd was en haar geen minuut rust gunde, we konden het niet eens worden en toen was het ineens donker. Omdat vier van de vijf straatlantarens stuk zijn, was juffrouw Germana niet te zien, daar stil op de tegels. Zoals ik al zei is hier nog nooit een ambulance of een lijkwagen geweest, en we willen dat graag zo houden. Dus hebben we de blinden dichtgedaan alsof er niets gebeurd was, dona Sofia heeft de verlamde te eten gegeven, en we hebben het licht uitgedaan in de zekerheid dat de gemeentewerkers die in de vroege ochtend langskomen en de resten van de nacht met een slang wegspuiten, onze buurt weer netjes in orde zouden brengen. En dat hebben ze ook gedaan, want er is geen spoor meer te bekennen van juffrouw Germana. Mijn zwager, die handig is met zijn vingers, heeft het strijkijzer gerepareerd, dat ze niet had uitgezet. Was zo gebeurd, zei hij, een doorgebrand weerstandje, verder niets. God zij dank.

lobo-tractaat-der-schemering

Vertaling: Harrie Lemmens
Foto Ana Carvalho

 

 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*