Kannibalen in Rio – Ineke Holtwijk

vdh9789460031106-600x956LogoRio2016Recensie door Ingrid van der Graaf

Lang voor de Olympische Spelen in Rio de Janeiro begonnen, maakten journalisten overuren wat betrof de verwachtingen en omschrijvingen van deze tot de verbeelding sprekende stad. Uit de berichtgeving viel vooral op te maken dat niemand verwachtte dat Brazilië klaar zou zijn voor de Spelen, dat land met zijn favela’s en criminaliteit. Maar zelfs de zikamug mocht niet baten om het Olympisch geweld tegen te houden. Wat is dat is, en de Spelen 2016 zijn nu al een legendarisch begrip.

Sfeervolle verhalen
En dan is het goed een sfeermakend boek als Kannibalen in Rio te lezen. Is het immers niet zo dat het beter is je een beeld te vormen van een natie door je tot de realiteit te verhouden dan te focussen op de grote uitgelichte reportages in de media? Schrijver en correspondent Ineke Holtwijk woonde en werkte vele jaren in Rio de Janeiro en stortte zich in de vele aspecten van het leven daar, waarvan dit boek een neerslag is. In 2007 werd het voor het eerst uitgegeven en onlangs verscheen de negende en geactualiseerde druk. Er werden enkele hoofdstukken aan toegevoegd en tussen de hoofdstukken in zijn een twintigtal ‘Vijf tips’-lijstjes opgenomen met: waar het best te eten/dansen/winkelen/wandelen enzomeer. Lijstjes die de sfeer van het boek enigszins verstoren, maar de verhalen niet hun kracht ontnemen.

Terwijl Holtwijk als correspondent schrijft voor verschillende media in Nederland, schrijft ze in Kannibalen in Rio over persoonlijke ontmoetingen. En dat doet ze  in een direct proza waar je zo induikt en weer bovenkomt met het gevoel dat je bijvoorbeeld haar empregada (huishoudelijke hulp), Maria, (‘vertederend lelijk’ en van onbepaalde leeftijd) persoonlijk hebt leren kennen. Onder het motto ‘Ben je in Rome, doe dan als de Romeinen’, wil Holtwijk de cultuur begrijpen en eigen maken, daarbij is Maria een goede gids. De rechtstreekse Hollandse leert al doende wat wel en niet kan in een land waar de verhoudingen zo verschillen van de westerse wereld.

Zo leerde Holtwijk dat je nooit in het bijzijn van je empregada moet roepen dat je iets kwijt bent. Toen zij een (gouden) kettinkje niet kon vinden en dit aan Maria vroeg, was het huis te klein en dreigde Maria op te stappen. Holtwijk begreep er niets van tot een Braziliaanse vriendin haar zei: ‘Als je zoiets zegt, denkt zij dat je bedoelt dat zij het heeft gestolen.’

Onverschrokkenheid
Holtwijk stelt zich bescheiden op in haar verhalen, ze is bereid zich aan vele omgangsvormen te conformeren en op voorstellen in te gaan. Soms gaat ze ver in haar poging erbij te horen, en wordt het bijna een avonturenroman, daar waar ze beschrijft hoe ze afdaalt in een smaragdmijn (buiten Rio) omdat de eigenaar van de mijn zei: ‘Pas als je onder de grond bent geweest, hoor je erbij.’ Uitnodigend bungelt er een lege autoband aan een touw voor haar. Of ze maar wil plaatsnemen. En terwijl ze als een razende haar kansen berekent door te denken aan de acht doden vorige maand in de mijnen en daaruit optimistisch concludeert dat er op deze dag vast niets zal gebeuren, stapt ze in de band en laat zich naar beneden zakken.

(…) zacht schommelend zak ik de donkerte in. (…) Ik klem mijn armen tegen mijn lichaam om de vochtige koker om me heen maar niet te raken. Kakkerlakken zo groot als een duim schieten over de glibberige wanden.”

Waarna je zeker weet dat Holtwijk een rasechte avonturierster is. En dat levert smeuïge verhalen op zonder sensatiebelustheid, al verdenk je haar soms wel van een zekere mate van naïviteit. Het is haar werk als correspondent dat haar in contact brengt met de mensen waarover ze notities bijhoudt en waar later Kannibalen in Rio uit is ontstaan. Eerder bewees ze al haar onverschrokkenheid door vier maanden met Braziliaanse straatkinderen op te trekken ter voorbereiding op haar debuut Engelen van het asfalt (1995), dat in 1997 werd bekroond met een Glazen Globe.

Mannen kunnen alles beter
Alles komt voorbij in dit boek: travestie, de uniciteit van de Braziliaan, de erotiek (in danslokalen), liefhebben en verleiden (mooi beschreven erotiek), de telenovela (Braziliaanse soap), rangen en standen en natuurlijk komen voetbal en carnaval aan bod. Naast avonturierster moet ze ook wel een openhartig en onbevangen persoon zijn als je leest hoe ze opgenomen wordt in de travestietenscene. In het een na laatste hoofdstuk: ‘Een man kan alles beter, zelfs vrouw zijn‘, verhaalt ze daarvan.  Ze wordt er zo in opgenomen dat ze gezien wordt als een van hen; een mannelijke vrouw, vooral omdat ze lang van gestalte is, en stoer in haar gedrag. “Goh, ik dacht dat je geopereerd was.” En: “Ze lijkt een Italiaanse travestiet. Die zijn ook zo groot.” 

En passant wordt er nog een ontmoeting met een van de beroemdste zangers van Brazilië, Caetano Veloso of Chico Buarque genoemd. Wat voor de goede lezer natuurlijk kleine aanwijzingen zijn om deze namen eens nader te onderzoeken, via Google, en hun muziek te beluisteren en van de laatste, wat te lezen.

Kannibalen in Rio is, buiten de ‘vijftips’-favorietenlijstjes die tot ‘sneldoorbladerstukjes’ gedegradeerd zijn, een zeer aanstekelijk boek. Het helpt het eenzijdige imago dat de buitenstaander veelal associeert met Brazilië (carnaval, en corrupte politici) bij te stellen naar een land waar geleefd  en geroeid wordt met de riemen die het heeft en dat zeer gepassioneerd doet; het land én de schrijver.
En om helemaal in de sfeer te komen? Zet bij het lezen muziek op van Caetano Veloso, of Gilberto Gil, of Tom Jobim of Vinicius de Moraes, en de sfeer is ‘perfeito’.

 

Kannibalen in Rio
Ineke Holtwijk

Uitgeverij Balans
327 blz.
Prijs: € 15,00
ISBN: 9789460031106

 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*