Zoete herinneringen – Júlia Abreu de Souza

LogoRio2016

Júlia Abreu de Souza, geboren en getogen carioca, zoals de inwoners van Rio de Janeiro heten, verdeelt haar tijd tussen Nederland en Brazilië. Ze heeft Engels, Portugees en politicologie gestudeerd in Rio, Parijs en Amsterdam, en vervolgens bij de afdeling Taal, Cultuur en Communicatie van het Koninklijke Instituut voor de Tropen gewerkt. Tegenwoordig schrijft en interviewt ze in het blog http://quemvaiaovento.blogspot.nl en ook in www.rodadeescrevinhadores.blogspot.com. Enkele van haar columns zijn ook in Trouw, NRC en Volkskrant verschenen. Daarnaast is ze de auteur van Basiscursus Portugees van Brazilië: É isso aí! (Coutinho, Bussum, 3e editie). Verder vertaalt ze en geeft ze workshops creatief schrijven in het Portugees.

marilyn julia zoete

 Zoete herinneringen

Zélia, de trouwe hulp van mijn oom en tante, was een donkere vrouw met een groot hoekig gezicht, volle lippen en een enorme neus. Ze keek altijd een beetje angstig en was niet erg spraakzaam. Ze had een vriendje dat af en toe opdook en even snel weer verdween, iets wat wel meer vriendjes schijnen te doen. Aan haar gezicht konden we zien of de knaap in de buurt was: dan had ze een afwezige, dromerige blik in haar ogen. Mijn peettante noemde hem de ‘Schim’, een bijnaam die mijn oom waarschijnlijk had bedacht. Die had nl. een scherp oog en had meestal gauw in de gaten wat voor vlees hij in de kuip had.

Zélia werkte erg hard. Wassen, stijven, strijken, soppen, vegen, boenen, boodschappen doen, ze zorgde voor de ‘dingen van alledag’ en voor nog veel meer. Ze stond altijd vroeg op, maakte geurige filterkoffie van het merk Palheta, een goed en duur merk in die tijd, niet te vergelijken met wat er bij ons thuis op tafel kwam. Nadat ze koffie had gemaakt, sneed ze het verse brood dat de bakker ’s morgens vroeg in een bruine zak aan de deur had gehangen en dekte ze de tafel: koffie, warme melk, jam, boter en kaas. En – opvallend detail in een tijd dat niemand zich bekommerde om gezond eten – dunne schijfjes sappige sinaasappel voor mijn oom. Minstens één keer per week maakte ze rijst met bonen, kool met stoofvlees of gebraad, zwartebonenschotel of flinterdun gesneden groene kool. Gerechten die werden geserveerd op een wit damasten of kanten tafellaken en die stuk voor stuk heerlijk geurden en goddelijk smaakten. Dat gold vooral voor haar specialiteit: malse, rosé gebakken rosbief met gekookte aardappelen in botersaus.

Soms kwam Zélia de kamer binnen met een gelukzalige glimlach op haar gezicht. Dan vroeg mijn peettante:

– ‘Is de ‘Schim’ er weer?’

– ‘Ja, mevrouw, hij is er weer!’, antwoordde ze dan, terwijl ze haar grote witte gebit bloot lachte waarin twee kiezen ontbraken.

Maar waar Zélia echt in uitblonk, was het maken van toetjes. Een paar keer per maand was ze de godsganse ochtend bezig met het bereiden van de heerlijkste nagerechten voor een hele week. Op die dagen wist ik altijd wel iets te verzinnen om even bij mijn tante langs te gaan. Dan stond ik ook vroeg op en keek ik ademloos toe hoe de werkzaamheden vorderden.

Eerst ging Zélia naar de markt om allerlei soorten fruit te kopen. Dan kwam ze terug met een karrenvracht aan kokosnoten, bananen, papaja’s, guaves, cashewvruchten en pompoenen, en vulde de kleine keuken zich met zoete, tropische geuren. Zélia schilde het fruit, raspte de kokosnoot, sneed alles in kleine stukjes, zette verschillende potten en pannen op het vuur, maakte een siroop van bruine suiker, deed er kruidnagel en kaneel bij en bleef urenlang roeren. Iedere keer weer bood ik aan om te helpen, maar ze wist dondersgoed waar het mij eigenlijk om te doen was en liet me geen seconde alleen in de keuken.

Na een paar uur pakte ze een aantal kristallen schalen uit de kast en deed de lekkernijen erin. Even later, wanneer ze haar dutje deed en ik zeker wist dat mijn tante verdiept was in haar pianospel of in haar naaiwerk, sloop ik stiekem de kamer uit naar de bijkeuken, waar een gigantisch grote witte Frigidaire stond, de koelkast van mijn dromen.

Bij het openen van de deur raakte ik telkens weer in extase: daar stonden ze, al die schalen van schitterend kristal, in verschillende vormen en maten, ovaal, rond, vierkant, rechthoekig. Door hun kleurige inhoud zagen ze er nog verleidelijker uit. Het leken wel juwelen, grote kostbare edelstenen, die uitnodigden tot nader onderzoek. Donkergroene papajastukjes, in een dikke siroop waarvan de smaak nog uren in je mond en je hoofd bleef hangen, lachten mij toe in mijn lievelingsschaal, een ovalen exemplaar met reliëfdecoraties. Als een camee van smaragd.

Roodbruine bananenbavarois, een kruising tussen robijn en topaas. Compote van paarse bataat in een vierkante schaal: net een amethist. Lichtrode guavegelei. Donkerrode cashewvruchtenvla. Een oranje bokaal met pompoen in siroop. En een gele schaal met kokospudding, het kroonjuweel.

Met een soeplepel nam ik overal een hap van, snel en vakkundig. Ik wist niet goed waar ik moest beginnen. Al die verschillende geuren en smaken, ik werd er duizelig van. En wat de spanning nog verhoogde was de gedachte dat ik de eerste was die al dat lekkers kon proeven en dat ik iets deed wat eigenlijk niet mocht. Nadat ik een flinke schep uit elke schaal had genomen, streek ik met een mes de bovenkant weer glad en wiste ik de sporen uit van mijn snoeperij. Mijn oom en tante hadden nooit iets in de gaten. Zélia zei af en toe dat de nagerechten leken te zijn ‘geslonken’, maar niemand sloeg er acht op.

Op een dag was Zélia verdwenen.

Ze ging op familiebezoek in het weekend, ergens buiten de stad, en bleef meer dan twee maanden weg. Mijn tante zag zich genoodzaakt een andere hulp in dienst te nemen. Toen ze weer opdook, zag ze er mager, afgetobd en radeloos uit, en had ze een dikke buik. Ze leek net een grote zielige vogel die uit een boom was gevallen. Ze was haar ‘Schim’ achterna gegaan, had hem gevonden, maar was hem ook weer kwijtgeraakt. Ze was teruggekomen om afscheid te nemen, de rekening te vereffenen en haar spullen op te halen.

Ik had erg veel medelijden met haar. En met mezelf.

Ik heb haar nooit meer gezien. Het feit dat de ‘Schim’ weer in haar leven was gekomen had haar niet veel goeds gebracht. Hij had haar zwanger gemaakt en was vervolgens weer verdwenen.

Verdwenen waren ook de mooie, kleurige nagerechten in kristallen schalen in de koelkast van mijn tante.

En met de dood van mijn tante – het eerste grote verlies in mijn leven – verdwenen ook die heerlijke ‘dingen van alledag’ van mijn netvlies, van mijn smaakpapillen en uit mijn leven, die verborgen schatten in de koelkast, het appartement, het uitzicht op de baai van Guanabara en op de ‘Dedo de Deus‘, vanwaar je Teresópolis kon zien liggen, de weekenden waarin ik werd verwend en vertroeteld.

Maar de zoete herinneringen zijn gebleven.

 

Vertaling Marilyn Suy

Foto Ana Carvalho

 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*