De geboorte van een stijl

saramago5

Over het ontstaan van de schrijver José Saramago 

Door Harrie Lemmens

Eind jaren zestig trad José Saramago toe tot de Portugese communistische partij, die uiteraard illegaal was. Salazar was intussen uitgerangeerd: in 1968 werd hij ernstig ziek, men fluisterde zelfs dat hij in coma lag, en hij werd officieus vervangen − na zijn dood in 1970 ook officieel − door Marcello Caetano, de vroegere leider van de Mocidade Portuguesa, de corporatistische variant van de Hitlerjugend. Heel even had men de hoop dat de dingen zouden veranderen, dat het overheidsbeleid iets liberaler zou worden, maar die hoop vervloog al snel. Pas vier jaar later werd ook deze pastiche-dictator door opstandige legerkapiteins aan de kant geschoven in de beroemde Anjerrevolutie van 25 april 1974. In de aanloop schreef Saramago commentaren in de krant Diário de Lisboa, die in 1974 werden gebundeld onder de titel As opiniões que o DL teve (‘De meningen die de DL had’), en uit de teneur daarvan blijkt dat het toch iets soepeler toeging, want als hij die tien jaar eerder had geschreven, was hij er ongetwijfeld door in de gevangenis beland. Hij sprak erin over grote en kleine, maar altijd aardse zaken, over economie, over financiën, over cultuur, een breed scala kortom. Toen kwam de revolutie, waarin hij helemaal werd opgeslorpt door zijn werk als hoofdredacteur van de Diário de Notícias en alle politieke verwikkelingen, met name de botsingen tussen socialisten en communisten. Op 11 maart 1975 wonnen de communisten de verkiezingen en trokken ze de macht naar zich toe. Ruim een halfjaar later, op 25 november, pleegde het leger een tweede putsch om orde op zaken te stellen. Dat betekende het einde van Saramago’s loopbaan als hoofdredacteur.

Voor zijn schrijverschap was het paradoxaal genoeg een uitermate gelukkige omstandigheid. Hij trok zich terug uit de politiek, trok zich ook terug uit Lissabon en ging een tijdlang wonen in het dorp Lavre in Alentejo, de provincie van het grootgrondbezit en de landarbeiders, om tot rust te komen en na te denken. Hij had plannen voor een roman over Alentejo, over de landarbeiders, en hij wilde zich daar ‘documenteren’. Daartoe voerde hij lange gesprekken met de mensen uit het dorp, dat hij als centrale plek wilde gebruiken, en in feite is het verhaal dat er later uit voortkwam, ook gebaseerd op één familie uit dat dorp. Maar dat zou nog even op zich laten wachten en pakte anders uit dan hij aanvankelijk dacht.

saramago6

Hij keerde terug naar Lissabon, waar hij vertaalde en schreef. Onder andere, in 1979, op verzoek, een toneelstuk, A Noite, over de nacht van 24 op 25 april 1974, de nacht dus die voorafgaat aan de Anjerrevolutie. Plaats van handeling is de redactie van een krant, Saramago uitermate vertrouwd. Het motto van het stuk luidt: Todos faremos jornais um dia, ‘Ooit zullen we allemaal kranten maken’, een uitspraak die werd toegeschreven aan een onbekende auteur, maar die, zoals voor bijna alle motto’s in zijn romans geldt, van zijn eigen hand is. Profetische woorden waren het bijna dertig jaar geleden, gezien de eindeloze hoeveelheid blogs en forums en ontboezemingen tegenwoordig op het Internet. Verder ‘bestelde’ de boekenclub Círculo de Leitores een boek bij hem over Portugal. In 1981 zou het verschijnen onder de titel Viagem a Portugal (‘Reis naar Portugal’).

Ook schreef hij een roman over het artistieke en intellectuele leven in de hoofdstad: Manual de Pintura e Caligrafia (Handboek van schilderkunst en calligrafie), waarin hij allerlei theoriën en opvattingen uiteenzet over hoe je moet schrijven, hoe je dingen structureert. Een schilder worstelt met een portret, maakt aantekeningen en verandert gaandeweg in een schrijver. De schrijver Saramago. ‘Elk kunstwerk moet een onderzoek zijn. Als je iets wilt zoeken, zul je de deksels moeten optillen (of de stenen, of wolken, maar laten we aannemen dat het deksels zijn) waaronder het verborgen ligt. Welnu, ik geloof dat je als kunstenaar (en natuurlijk als man, als mens, als persoon) niet veel waard bent als je, na wat je zoekt door toeval of hard werken te hebben gevonden, niet ook de andere deksels oplicht, de stenen weghaalt, de wolken opzij schuift, allemaal, tot de laatste toe. Je moet bedenken dat het eerste ding er neergelegd kan zijn om je af te leiden van het tweede. Onderzoeken, dat is de echte gouden regel, zo denk ik erover.’ Met die beginselverklaring eindigt de roman, die Saramago zelf zijn meest en trouwens ook enige autobiografische boek noemt. En een paar regels daarvoor schrijft hij, als hij heeft over het schilderen van een portret: ‘In het verlengde van dit manuscript, dat met de hand geschreven werd, moet het portret iets kopiëren. Net als het manuscript en anders dan wat men gewoonlijk doet, moet het niet de naden wegmoffelen, de lasplekken, de verstellappen, het werk van andere hand. Integendeel: het moet alles juist accentueren. Het moet dus als kopie meer willen zeggen dan er gezegd wordt door datgene wat gekopieerd wordt. Als hij dat wil, moet hij niet denken dat hij het beter kan zeggen: het slechtste wat hij ongelukkigerwijs zal zeggen, zal even hard of nog harder nodig zijn: het was nog niet gezegd.’ Het lijkt een prelude op wat drie jaar later komt. Tegelijkertijd schetst hij een beeld van het intellectuele en politieke (ondergrondse) leven in Lissabon in de vroege jaren zeventig. Het boek eindigt met de Anjerrevolutie, het bericht daarvan op de radio. Het is overigens opvallend dat Saramago nooit uitvoerig in romanvorm heeft geschreven over de Anjerrevolutie en de turbulente tijd daarna. Ook in Opgestaan van de grond wordt er slechts vrij summier naar verwezen en de roman houdt op met de eerste landbezettingen. Over wat er verder gebeurt heeft hij in geen enkel literair boek geschreven.

Toen hij Manual de Pintura e Caligrafia schreef, had Saramago zijn stijl, zijn vorm nog niet gevonden. Hij was, zoals gezegd, wel al in Lavre geweest en had de opzet van zijn roman over de landarbeiders in zijn hoofd, maar hij zat vast, wist niet goed hoe hij het moest uitwerken. Tot hij op zekere dag een nieuw vel in de typemachine draaide en gewoon begon te schrijven, zonder onderbreking. Zoals Pessoa zijn grote triomfdag had in 1914, toen zijn heteroniemen Alberto Caeiro, Ricardo Reis en Álvaro de Campos werden geboren, zo was dit de bepalende dag voor Saramago’s toekomst als schrijver. Achtenvijftig was hij toen Opgestaan van de grond uitkwam.

 

Foto’s: Ana Carvalho

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*