Souvenir From Lisbon

lobo-souvenir van lissabon(1)

Door António Lobo Antunes

Wat zou ik verloren hebben in de Rua dos Baldaques? Ik ken die straat nauwelijks
(af en toe rijd ik er met de auto doorheen)

en toch, ik weet niet waarom, heb ik nergens anders die zekerheid dat er iets weg is, die twijfel, die zin mijn handen in mijn jaszakken te steken en mezelf af te tasten, die rappe handpalmen over mijn jack, die vage onrust, dat voorgevoel dat ik iets mis zonder te weten wat, misschien geen dingen

(sleutels, portemonnee, bril)

misschien iets wat geen ding is, ergens waar ik naar had moeten kijken en niet naar heb gekeken, wat ik zou moeten voelen en niet voel, twee hoog op een hoek hangt een mevrouw wasgoed op aan een lijn, met haar handen boven haar hoofd alsof ze een onzichtbare kruik vasthoudt, maar dat is het niet, een oude man praat op de stoep tegen een blinde hond

(ik heb altijd gedacht dat blinden van spiegels houden, dat ze voor spiegels blijven staan en zichzelf door het glas heen bekijken)

dus een oude man praat op de stoep tegen de blinde hond en dat is het ook niet, ik ga rechtsaf, de Rua dos Baldaques is weg en uiteindelijk was het misschien toch de mevrouw van twee hoog op de hoek, misschien was het de oude man, omdraaien

(er zat drie dagen lang een vlinder op de spiegel van de kaptafel van mijn moeder, de derde dag viel hij dood op de parfumflesjes, dat was god weet hoe lang geleden en nog steeds vraag ik me af of zijn spiegelbeeld eerder is doodgegaan dan hijzelf)

terugrijden, opnieuw de straat in, maar de mevrouw is weg van het balkon, de oude man wacht tot de hond uitgeroken is aan een goot, de wolken van de ogen van de hond schuiven over me heen en vergeten me

(dag hond)

de Rua dos Baldaques lijkt te waggelen, met de ene stoep in de zon en de andere in de schaduw doet ze me denken aan die kreupele schepsels die lopen op verschillende schoenen

(de vlinder van mijn moeders kaptafel trilde af en toe met zijn vleugels)

ik zie een winkeltje dat even goed een restaurant kan zijn als een fourniturenzaak, wazige vlekken en radiomuziek, in het ruitvormige stukje hemel boven de daken heeft iemand een duif getekend

twee duiven
heeft iemand met kleurpotloden een duif getekend, roerloos, stil, zelfs het wasgoed aan de lijn, een
twee duiven, de tweede slechter getekend dan de eerste
roerloos, stil, zelfs het wasgoed aan de lijn, de sfeer van een ansichtkaart

Souvenir from Lisbon
om aan de kant zonder huizen te beschrijven en naar de familie thuis te sturen, moet je zien hoe klein Lissabon is, hoe armoedig en zonder bomen, let op die man daar, waar ik een pijltje bij heb gezet, op zoek naar wat hij verloren heeft in de Rua dos Baldaques, en die blinde hond, en dat winkeltje dat even goed een restaurant kan zijn als een fourniturenzaak, en die duif

twee duiven
die zo meteen wegvliegen van de foto, je kunt de populieren van het kerkhof verderop zowat zien door een huivering in de muren, het is niet de weerspiegeling van het water van de Taag, het zijn kalkstenen engelen die huilen

Rua dos Baldaques, Lisbonne
let op de vlinder tussen de parfumflesjes, als je zijn vleugels aanraakt blijft er gelig stof aan je vingers plakken, mijn moeder pakte hem vast met duim en wijsvinger, liet hem in de tuin vallen en was verbaasd dat zijn beeld nog altijd in de spiegel zat, de oude man keek weg van de blinde hond om haar te groeten

‘Madame’
terwijl hij met traag ontzag zijn pet afnam, mijn moeder is nooit in de Rua dos Baldaques geweest en dus deed ze alsof ze de oude man niet zag

‘Ik heb u niet gezien, oude man’
omdat ze te druk was met haar duim en wijsvinger schoonblazen en afvegen aan haar rok, wie zegt me dat het niet die vlinder was die ik god weet hoe lang geleden heb verloren in de Rua dos Baldaques, de geur van de parfumflesjes met zuchtjes van dode viooltjes erin, je roept

‘Mama’
maar ze hoort me niet, opnieuw
‘Mama’
en ze draait haar hoofd langzaam naar mij om, begint te glimlachen, vraagt me
‘Ben jij dat?’
niet één rimpel, niet één grijze haar, een ring die ik me niet kon herinneren
‘Ben jij dat?’
mijn moeder, jonger dan ik
‘Wat ben je groot geworden’
alsof ze me wil aanraken, naar me toe wil komen en me aanraken, zodat ik gauw de Rua dos Baldaques uit loop voordat
‘António’
voordat
‘Wat ben je groot geworden António’
voordat op de ansichtkaart

    Souvenir from Lisbon
niet de weerspiegeling van de populieren op het kerkhof de muren laat huiveren, of de Taag, of de kalkstenen engelen, voordat de weerspiegeling op de muren van de Rua dos Baldaques de tranen van heimwee van de fotograaf worden.

 

column lobo souvenir

 

Uit: Segundo Livro de Crónicas
Uitgever: Dom Quixote, Lisboa 2002
Vertaling: Harrie Lemmens
Foto: Ana Carvalho

 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*