Het begin van Angola

de vorst

Zoals geschetst in História geral das guerras Angolanas door António de Oliveira de Cadornega
Het is 1639 als Pedro César de Menezes zijn intrede per schip in Luanda doet als nieuw benoemde gouverneur van Angola. Aan boord is ook een jonge soldaat, António de Oliveira de Cadornega, afkomstig uit Vila Viçosa in Alentejo. Veertig jaar later, in 1680, publiceert hij een lijvig boekwerk van drie banden, História Geral das Guerras Angolanas, waarin hij vanuit militair oogpunt de geschiedenis van Angola optekent. Door zijn ogen zien we  de Afrikaanse kust voorbij glijden. Met name de oorlog tegen de Hollanders maakt diepe indruk op hem, natuurlijk ook omdat hij daar zelf rechtstreeks bij betrokken is. Aan het eind van die bezetting wordt hij gepromoveerd tot kapitein. Bijna dertig jaar woont hij in Massangano, waar hij na zijn ontslag uit het leger de functie van rechter uitoefent. In 1660 opent hij een vestiging van het Casa da Misericórdia, een instelling die zorg draagt voor de opvang van wezen en ander sociaal werk verricht. In 1671 verhuist hij naar Luanda waar hij, vermoedelijk in 1690, komt te overlijden.

Cadornega’s kroniek is misschien niet altijd even accuraat, maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door de schilderachtige, ja soms zelfs bijna filmische manier van schrijven. Als lezer zie je het stof, het bloed en de modder, je ruikt het buskruit en de geuren van planten en bomen. Je hoort het dreunen van de kanonnen en geweren, het fluiten van de pijlen en het suizen van de lansen. Kortom, je bent erbij dankzij zijn pen. Laten we dus de onvolkomenheden van deze man, die eerder schrijver dan historicus genoemd kan worden, maar voor lief nemen. Wat hij ons wel biedt, is veel. Ook hier geldt dat we soms langere en springende, soms kortere fragmenten, flarden en brokstukken opnemen. Het gaat om het verhaal.

In het kielzog van Diogo Cão, die in 1482 de brede monding van de Kongorivier bereikt en daarmee de basis legt van Portugals aanwezigheid op het Afrikaanse vasteland, komt Paulo Dias de Novais, kleinzoon van Bartolomeu Dias, op 3 mei 1560 aan bij de rio Kwanza waar hij aan wal gaat. Daarmee begint in feite de geschiedenis van Angola. Onze koene Portugees Paulo Dias de Novais, veldheer en gouverneur van de Lusitaniërs, veroverde stukje bij beetje meer terrein. Het ging moeizaam, met talrijke doden en veel Portugees bloedverlies, maar hij overwon steeds en het slagveld was bezaaid met afgodenaanbidders. De heidenen stelden zich dapper teweer en streden op vlak terrein met ontblote borst in hun eskadrons, welke zij muzengo’s noemen, hun wijze van oorlogvoeren waardoor zij velen van hun eigen huidkleur hadden bedwongen. Onze onversaagde Portugezen hadden behalve met de vijandelijke aanvallen te kampen met het klimaat, dat tegen hen gekeerd was vanwege de schadelijkheid van de wildernis, de sertão. Velen werden daardoor ziek en anderen stierven van louter ellende en ontbering: er was nauwelijks voedsel, omdat er niets voorhanden was op het terrein waarover zij oprukten. En het weinige dat ze hadden moesten ze zelf op hun rug dragen, wegens het ontbreken van wagens en gedomesticeerde heidenen die hen konden helpen bij het vervoeren van proviand, munitie en andere krijgsbenodigdheden. Maar alles op hun schouders torsend vorderden de onoverwinnelijke Portugezen, ondanks de tegenwerking van alles, zelfs de elementen, met hun verovering van dit deel van Ilamba en de Kwanza tot Kukulo Kaango, een machtige soba die elf vazallen had die grond bezaten en anderen die hem hielpen bij zijn pogingen de onzen de pas af te snijden teneinde hun verovering te voorkomen. Er woedden daar vermaarde, wonderbaarlijke veldslagen die alleen de hand van God en de kracht van de Portugese natie had kunnen weerstaan, tot die machtige soba zich na lange tijd en herhaalde botsingen samen met de soba’s uit zijn rechtsgebied onderwierp aan de koninklijke kroon van Portugal. En hij is dat nog steeds, al is hij minder machtig dan toen.

 

Uit: De vorst, de soldaat en de reiziger − vier eeuwen Portugal-Angola
Auteur: Harrie Lemmens,
285 pagina’s
Prijs: 24,90
Uitgeverij Atlas, Amsterdam 2007.

Dit boek is alleen tweedehands verkrijgbaar.

 

 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*