Waar is de Durgerdammerdijk – Ontmoeting met Estrela Ruiz Leminski

Estrela Leminski

Interview door Harrie Lemmens                               

‘Durgerdammerdijk! Durgerdammerdijk!’Je zou niet zeggen dat ze pas vier uur geleden geland is vanuit São Paulo, want met windkracht tien uit zee komt ze café La Place boven de Openbare Bibliotheek Amsterdam binnenstormen. Alsof ze de jetlag oplost met een extra scheut adrenaline. Haar man vertoont de klassieke reactie: vermoeid en enigszins ontregeld door het tijdverschil. Estrela Ruiz Leminski en Téo Ruiz. Zij zingt, hij speelt gitaar. En liedjes maken ze beiden. Ze brengen een bliksembezoek aan Nederland waar ze de volgende avond optreden in het Amsterdamse theater Munganga, om meteen daarna door te reizen naar Engeland en Spanje.
‘Een paar jaar geleden ben ik voor het eerst in Amsterdam geweest, met mijn oudere zus. We hadden een hotel op de Durgerdammerdijk. Die straatnaam is me altijd bijgebleven, want de taxichauffeur deed de hele rit zijn best om ons de juiste uitspraak bij te brengen. Waar ligt die trouwens? Ben ik helemaal vergeten. We zitten nu in een b&b vlak bij het Van Gogh Museum. Idool van Téo. Hopelijk lukt het morgen om erheen te gaan.’

Estrela is de dochter van twee grootheden uit de Braziliaanse poëzie: Paulo Leminski en Alice Ruiz. Zij is de absolute top van de haiku, of haikai, zoals de Japanse dichtvorm in Brazilië heet, en ze componeert en werkt veel samen met musici als Arnaldo Antunes en Caetano Veloso. Hij was het enfant terrible van de even brave als maakbare stad Curitiba, talenwonder, dichter, componist, romanschrijver (het fenomenale Catatau, over Descartes die op bezoek is bij Johan Maurits in Recife), Japanse vechtsporter. Vertaler van onder meer Joyce, Beckett, Petronius en John Lennon. In 1989 overleden, hij was vierenveertig, Estrela acht.
‘Geweldige man, mijn vader. Ontzettend humoristisch, altijd bezig, altijd aan het schrijven en muziek maken. Want dat deed hij, en niet alleen spelen maar ook componeren. Eigenlijk heb ik het vak van hem geleerd. Zoals hij me ook spelenderwijs tegen mijn schouder duwde om me te dwingen me te verdedigen, van me af te bijten. En fantasie, een grenzeloze fantasie. Mijn moeder heeft me dan weer het subtielere dichtwerk bijgebracht. Vanaf mijn zesde heb ik zo’n beetje als haar klankbord gefungeerd voor de haiku’s die ze doorlopend schreef. Die vorm is me dus letterlijk met de paplepel ingegeven. Samen met de liefde voor de taal, ook als ambacht.’

Inmiddels heeft Estrela twee dichtbundels op haar naam staan: Cupido: Cuspido e Escarrado (‘Cupido: gespuugd en uitgespuugd’)  en Poesia é não (‘Poëzie is niet’). Naast het optreden in allerlei combinaties en formaties ontwikkelt ze muziekprogramma’s voor kinderen, waarover ze ook gedoceerd heeft aan de universiteit van Curitiba. En ze beheert de nalatenschap van haar vader, werk dat veel tijd in beslag neemt.
‘Onlangs hebben we een tentoonstelling over hem ingericht, onder de titel Meu coração de polaco voltou (‘Mijn Poolse hart is terug’), met een overzicht van zijn poëzievertalingen en allerlei foto- en tekstmateriaal. Dat Poolse is natuurlijk vanwege mijn opa, Paulo’s vader, die uit een familie van militairen stamde en in de eerste helft van de vorige eeuw in Curitiba werk vond bij het spoor. Samen met andere Polen, die zich afzijdig hielden van de rest, bijvoorbeeld sliepen in het station, maar wel Portugees leerden. Dat is trouwens iets waardoor Curitiba verschilt van andere Braziliaanse steden: die rare vorm van samenleven, waarbij de verschillende groepen – Duitsers, Italianen, Oekraïners, Japanners en vooral Polen – onder elkaar bleven. Eigenlijk nog steeds wel een beetje. En gek genoeg heeft dat tot een betere integratie geleid. En het heeft een grappig neveneffect: tegenwoordig komen bijvoorbeeld Duitsers uit verschillende streken naar onze stad om oude gebruiken en woorden terug te halen die daar inmiddels verloren zijn gegaan. Hier zijn ze nog springlevend!’
Samen met haar moeder heeft ze in 2013 Leminski’s verzamelde gedichten en verhalen bezorgd en net uit is een dubbel-cd met composities van hem, uitgevoerd onder de bezielende leiding van Estrela en Téo. Dat hij eveneens Ruiz heet is toeval: hij komt uit Santos – als afstammeling van Italiaanse immigranten die rond 1900 met een hele golf meekwamen voor het werk op de koffieplantages -, Braziliës grootste havenstad, waar, zo vertelt hij later, op weg naar het Museumplein, ‘net zulke scheve huizen staan als hier; alleen zijn het daar torenflats!’

Estrela en Teo

De storm is de volgende avond nog niet uitgeraasd. Met een aanstekelijk enthousiasme brengen de twee een keuze uit eigen werk en dat van Paulo Leminski en Alice Ruiz (‘a cada mil lágrimas sai um milagre’, vrij vertaald ‘na elke tiende traan dient zich een wonder aan’). Ongedwongen en zonder kapsones of allures. Vrolijk. Een Brazilië dat zich niet terugtrekt in zichzelf, maar alle mogelijke stijlen gebruikt en met elkaar verbindt. Behalve samba. ‘Verwacht geen samba van ons, want Curitiba kent geen samba,’ waarschuwt Estrela voor aanvang van het concert. Een dijk van een concert. De Durgerdammerdijk.

Alice Ruiz
(Curitiba 1946)

Sem título

do poeta tudo se espera
faça um poema aí, eles dizem
que contenha a primavera
estação que ainda vem

um poeta se comanda
basta acionar, eles pensam
que o poema anda
envie-me um soneto até a noite
quero um haikai de manhã
tenha uma idéia brilhante
para enfeitar este instante

ao poeta se encomenda
rimas ricas, por favor,
não esqueça das aliterações
de ser raro, claro e breve
nos dê hoje, tudo que nos deve

crie desejos
invente necessidades
encante a todos
com sua capacidade
pagamos pouco, é verdade,
mas você pode receber mais tarde
afinal, o poeta
vive de vento, flores, sonhos,
basta, pensam eles,
alimentar sua vaidade

me empresta tua emoção aí, artista,
é o que todos esperam
mas não tem ninguém à vista
querendo ouvir a poesia
que faz o coração do poeta
quando silencia.

Zonder titel

van een dichter wordt alles verwacht
kom, zeggen ze, maak eens een gedicht
over de lente met al zijn pracht
terwijl dat seizoen nog ver weg ligt

bij een dichter hoef je maar,
denken ze, op de knop te drukken
en het gedicht is klaar
stuur vandaag nog een sonnet
morgenvroeg wil ik een haiku
verleen dit ogenblik glans
en verzin, kom op, iets briljants

bij een dichter bestel je
rijke rijmklanken, alsjeblieft,
en vergeet de alliteraties niet
wees helder, kort en licht
geef ons alles, dat ben je verplicht

schep verlangens
verzin afhankelijkheid
betover iedereen
met je vaardigheid
we betalen weinig, dat klopt,
maar je loon komt in de eeuwigheid
per slot van rekening leeft
een dichter van bloemen, wind en dromen,
het strelen van zijn ijdelheid
is meer dan genoeg, denken ze

kom kunstenaar, leen me je emotie,
dat is wat ze allemaal verwachten,
maar ze hebben geen flauwe notie
van de poëzie die opstijgt
in het hart van de dichter
wanneer hij zwijgt.

Alice Ruiz, onuitgegeven 2013
Paulo Leminski
(Curitiba 1944 – Curitiba 1989)

Razão de ser

Escrevo. E pronto.
Escrevo porque preciso,
preciso porque estou tonto.
Ninguém tem nada com isso.
Escrevo porque amanhece,
e as estrelas lá no céu
lembram letras no papel,
quando o poema me anoitece.
A aranha tece teias.
O peixe beija e morde o que vê.
Eu escrevo apenas.
Tem que ter por quê?

Bestaansreden

Ik schrijf. Punt uit.
Ik schrijf omdat ik moet en
ik moet omdat ik maf ben.
De rest interesseert me geen fluit.

Ik schrijf omdat de dag aanbreekt
en de sterren die ik vanaf hier
zie, letters lijken op het papier,
als het gedicht voor me verbleekt.

Een spin weeft webben.
Een vis zoent en bijt wat hij ziet.
Ik schrijf gewoon, meer niet.
Moet dat dan een reden hebben?

Paulo Leminski, Toda Poesia, Companhia das Letras, São Paulo 2013. Alice Ruiz

é bom que as coisas mudem
é bom que permaneçam
assim como as que morrem
cresçam

het is goed dat dingen vervloeien
het is goed dat ze blijven bestaan
net als dat dingen die doodgaan
doorgroeien

Estrela Ruiz Leminski

o amor não morre
vai pra quem fica
uns dizem que some
vaia pra quem acredita

de liefde gaat niet dood
ze gaat naar degene die blijft
sommigen zeggen verdwijn
ga naar wie in je gelooft

Uit: Alice Ruiz e Estrela Ruiz Leminski, quase duelo de quase amor, Centro Cultural de São Paulo, São Paulo 2011. Estrela Ruiz Leminski

que troço esquisito
que começa com para sempre
atravessa até que a morte nos separe
e termina com preferia nunca ter te conhecido?

wat een kolder
die begint met voor altijd
overgaat naar tot de dood ons scheidt
en eindigt met had ik je maar nooit ontmoet?

Teo Ruiz

 

Uit: Estrela Ruiz Leminski, poesia é não, Iluminuras, São Paulo 2011.
Vertaling: Harrie Lemmens
Foto: Ana Carvalho

 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*